Tertullianus: zijn apologie (2)

10 februari 2024

Het Apologeticum

Christenen worden veroordeeld alleen al vanwege hun naam ‘christen’. Maar waar zij voor staan, daar wil men geen onderzoek naar doen. Daarom zal Tertullianus zelf de tegen de christenen gerichte beschuldigingen noemen en ze weerleggen.

Vooreerst de zogenaamde geheime misdaden. “Als monsters van goddeloosheid worden we ervan beschuldigd een heilige rite te volgen waarbij we een klein kind doden en het daarna opeten; waarbij we na het feest incest plegen, de honden – onze souteneurs dus – werpen de lichten omver en bezorgen ons de schaamteloosheid van de duisternis voor onze goddeloze lusten.” Dit zijn ernstige beschuldigingen, en toch doet niemand moeite om ze ook gerechtelijk aan het licht te brengen. Wie heeft deze dingen ooit kunnen vaststellen? Niemand dus. Echter, in Afrika worden kinderen openlijk geofferd aan Saturnus (aan de Fenicische god Baäl Hammon), Galliërs offeren mensen van rijpere leeftijd, en Romeinen zelf ontdoen zich van de last van kinderen door ze te aborteren, te vondeling te leggen, of zelfs te doden – wat voor christenen verboden is. Incest? De arts Ctesias (5e-4e eeuw) deelt mee dat de Perzen seksuele omgang hebben met hun moeder. Maar dichterbij, wie weet welke incest voortkomt uit de omgang van al die mensen die door Romeinen te vondeling werden gelegd, van al die mensen die overal in het wilde weg verwekt werden door de wellust van Romeinen?

“’Jullie aanbidden de goden niet’, zeggen jullie, ‘en jullie offeren niet aan de keizers’” Inderdaad, legt Tertullianus uit, offeren wij niet aan goden die immers geen goden zijn. Tertullianus noemt de theorie van Euhemerus van Messina (rond 330 v.Chr.) die zei dat de goden eerste mensen waren, zelfs van Saturnus en Jupiter wordt gezegd dat ze van mensen afstammen. Werden zij vergoddelijkt als beloning voor hun verdiensten? Die wil Tertullianus dan wel eens nagaan. Hij komt al gauw bloedschande tegen, overspel, wreedheid, moord, diefstal. De beelden van die goden zijn uit hetzelfde materiaal gemaakt als vaatwerk, vogels en ongedierte hebben er zo te zien geen respect voor. Hoeveel filosofen hebben trouwens niet zelf de goden beschimpt? Diogenes bespotte Hercules, Varro lachte met Joves. En welk een ontucht plegen mensen niet in de heilige tempels van die heilige goden! Christenen worden ervan beschuldigd een ezelskop te aanbidden, terwijl Egyptenaren de meest bizarre dieren aanbidden.

De ene God die christenen aanbidden, heeft profeten, vervuld van Gods geest, uitgezonden om te verkondigen dat er één God is, Schepper van hemel en aarde. Hij heeft zijn wetten bekend gemaakt, ze staan neergeschreven in de heilige Schrift, en mensen zullen geoordeeld worden naar wat ze daarmee gedaan hebben. Nadat God de gestorvenen van alle tijden zal hebben opgewekt zullen ze geoordeeld worden: de gelovigen zullen met hem eeuwig leven, de ongelovigen zullen eeuwig gestraft worden met vuur. Die heilige Schrift trouwens is wegens haar hoge ouderdom goddelijk, ouder dan de Griekse geschriften. Alles wat in de wereld gebeurt, werd door de daarin genoemde profeten voorzegd.

Ook over de Joden, het volk waarbij die oude boeken gevonden worden, dient een en ander gezegd. Tertullianus schreef nadat de Joden verdreven waren uit Jeruzalem en Judea als straf voor hun opstand tegen de Romeinen (in 135 onder leiding van hun Messias Bar Kochba). Hij schrijft:

Maar hoe diep ze gezondigd hebben, opgeblazen tot hun val met een vals vertrouwen in hun nobele voorouders, zich afkerende van Gods wegen op een weg van pure goddeloosheid, en al zouden ze zelf weigeren het toe te geven, hun huidige nationale ondergang levert voldoende bewijs. Verspreid over de wereld, een ras van zwervers, ballingen uit hun eigen land en klimaat, zwerven ze over de hele wereld zonder een menselijke of hemelse koning, niet eens het recht bezittend van een vreemdeling om ook maar een voetstap te zetten in hun geboorteland.

Toen immers Christus kwam, de Logos door wie alles is geschapen, erkenden de Joden hem niet. Hem ervan beschuldigend dat hij zijn wonderen door toverkunsten verrichtte, leverden zij hem uit aan Pilatus om gekruisigd te worden – geheel zoals hij zelf had voorzegd dat zou gebeuren. Toen hij opstond uit de dood beschuldigden zij de discipelen ervan zijn lichaam te hebben gestolen.

Ook Griekse filosofen erkennen dat er demonen bestaan. Zij veroorzaken ziekte, waanzin, wilde lusten en allerlei dwalingen, het verminken van geslachtsdelen en andere gruwelijkheden. Omdat zij ook van de profetieën uit de Schrift hoorden, lijken zij in staat de toekomst te voorzeggen door orakels. De goden zijn in werkelijkheid die die demonen, die zich verlustigen in het stinkende brandoffers, damp en bloed dat men hen aanbiedt. Zij zijn het die aanzetten tegen de christenen om hen te belasteren en te vervolgen. Uiteraard ontkennen zij dat Christus Gods Zoon is, dat de dag komt waarop hij zal oordelen, toch zijn zij bang voor de christenen, die hen uit mensen kunnen verjagen.

Is de alomtegenwoordige macht van de Romeinen in de wereld dan geen bewijs dat de goden die zij eren hen begunstigen? Tertullianus meent van niet: als hij zich niet vergist worden koninkrijken verworven door oorlogen, waarbij steden worden ingenomen en ook verwoest. En de goden van die steden delen dan in de ellende. “Huizen en tempels lijden hetzelfde; er is een willekeurige slachting van priesters en burgers; de hand van verkrachting wordt gelijkelijk gelegd op heilige en op gewone schatten. Zo zijn de heiligschenningen van de Romeinen net zo talrijk als hun trofeeën.” Wat de aanklacht betreft dat christenen de majesteit van de keizer beledigen, verzekert Tertullianus zijn lezers dat christenen bidden voor het heil van de keizer, naar het woord van Paulus die daartoe oproept. Maar de keizer ‘god’ te noemen dat zal geen christen doen.

Vervolgens legt Tertullianus uit hoe het er in een christelijke samenkomst aan toegaat. Daar gebeurt dus niets onwettigs of onzedelijks, toch worden christenen ervan beschuldigd de oorzaak te zijn van alle onheil: aardbevingen, droogtes, hongersnoden, al kwamen dergelijke rampen evengoed voer toen de christenen er nog niet waren.

De filosofen dan. Die hadden zo ook hun gebreken: Diogenes was hoogmoedig, Anaxagoras hebberig, Aristippus pronkte met zijn purperen gewaden, Empedocles wierp zich in het vuur van de Etna en allen verschilden ze onderling van mening over de dingen van de wereld en de ziel. Hun wijsheid stalen ze trouwens van de Joodse heilige boeken, die veel ouder zijn dan de Griekse: “Welke dichter of sofist heeft niet gedronken bij de bron van de profeten?” Die legden ze vervolgens, slecht begrepen, nog verkeerd uit ook. Dichters en filosofen maar lachen als christenen dreigen met de hel, maar hebben hun idee van een oordeel in de onderwereld ontleend aan hun heilige boeken, zoals ook geldt voor het paradijs, waar zij de Elyseese velden van gemaakt hebben. Christenen geloven echter ook in de opstanding, in hun lichamen zullen de mensen geoordeeld worden. En zo’n opstanding is niet zo vreemd als men wel zou denken: elke dag sterft de zon om weer op te staan, zoals ook de sterren, de seizoenen. En ook als het lichaam is ontbonden, vernietigd, verzwolgen, tot niets herleid, zal God het weer samenstellen. Dan is het stilaan tijd om af te ronden.

Tertullianus wijst erop dat de wreedheid van de vervolgers eigenlijk een propagandamiddel is voor de christenen. “Telkens als gij ons wegmaait worden wij talrijker: het bloed der christenen is als een zaad!” En hij eindigt dan zijn lange betoog met de woorden:

Wie, na onderzoek, omarmt onze leer niet? En als hij ze omarmd heeft, verlangt hij niet te lijden om deel te krijgen aan de volheid van Gods genade, om van God volledige vergeving te verkrijgen, door in ruil daarvoor zijn bloed te geven? Want dat verzekert de vergeving van alle overtredingen. Daarom danken wij u terstond voor uw vonnis. Omdat het goddelijke en het menselijke altijd tegenover elkaar staan, worden we, wanneer we door u veroordeeld worden, door de Allerhoogste vrijgesproken.

Opmerkelijk is ook dat de martelaar ‘volledige vergiffenis’ krijgt door zijn eigen bloed dat vergoten wordt. Ook Ignatius, die zelf de marteldood stierf, schreef dat het offer van de martelaars verzoenende kracht had, zoals dat van Jezus. Paulus had al geschreven dat hij leed voor de Kolossenzen, dat hij in zijn lichaam aanvulde “wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt”. Zo zag ook Ignatius zag zijn marteldood als een offer, een losprijs.

Share This