De mystiek van Origenes


20 oktober 2022

Situering Origenes

Al spoedig ontstond in de vroeg-christelijke kerk de behoefte om de inhoud van het evangelie uiteen te zetten. Er diende bepaald te worden wat wél en wat niet strookte met de waarheid van het evangelie. De kerk was trouwens genoodzaakt zich duidelijk over haar stellingen uit te spreken, onder meer om de dwaalleringen te kunnen weerleggen. Men hoeft hierbij slechts te denken aan het zogenaamde ‘spook der gnostiek’. De eersten die daartoe pogingen ondernamen waren de apologeten. Pas in de tweede eeuw kwamen mensen die de theologie verder gebracht hebben: de kerkvaders. Zij hebben een grote invloed gehad op het denken en de ontwikkeling van de kerk. Eén van die grote denkers was Origenes.

Origenes werd in 185 n.Chr. te Alexandrië geboren. Op 17-jarige leeftijd zag hij zijn vader als martelaar sterven onder de vervolgingen van Septimus Severus (193-211 n.Chr.) Een jaar later gaf hij les aan de catechetenschool te Alexandrië met zoveel succes dat hij spoedig aan het hoof van de school werd gesteld. In 215 verliet hij Egypte – wegens vervolgingen – en vestigde zich in Palestina, waar hij aangesteld werd om klerikaal werk te verrichten Dit ofschoon hij niet tot de clerus behoorde. Vier jaar later werd hij teruggeroepen door bisschop Demetrius, wat tevens nieuwe wetenschappelijke arbeid met zich meebracht. Als hij later (tussen 226 en 230) tot een bezoek aan Achaje wordt uitgenodigd, geeft dit aanleiding tot opname in de clerus door de Palestijnse bisschoppen. Een en ander bracht stoornis in de verhouding tussen Origenes en Demetrius, zodat Origenes zijn taak als schoolhoofd verloor. Vanaf 231 wordt Caesarea het centrum van zijn werkzaamheid. Tijdens de vervolgingen onder Decius had hij veel te lijden, ten gevolge waarvan hij stierf op 69-jarige leeftijd te Tyrus (253).

Origenes stond bekend als een hard werker. Naar het schijnt had hij zeven stenografen in dienst. In ieder geval heeft hij duizenden geschriften gepubliceerd. Onder Keizer Justinianus (527-565) werd echter het grootste deel van zijn werken vernietigd. Gelukkig was toen reeds zeer veel vertaald in het Latijn. (O.a. door Rufinus en Hiëronymus). Bekend zijn onder meer de hexapla: de in zes kolommentekst van het Oude Testament, verschillende commentaren, bijvoorbeeld op Hooglied. Ook het eerste dogmatische handboek (de principiis) is van hem afkomstig. In het oorspronkelijke Grieks bleef bewaard: ‘Aanmoediging tot het martelaarschap’.

Exegese en mystiek

Origenes’ exegetische methode is drievoudig. Hij onderscheidt een letterlijke betekenis van de bijbel, een zedelijke en, die voor hem belangrijkste, de mystieke of pneumatische betekenis van de Schrift. Wat is nu mystiek? Wat is voor Origenes mystiek? Eerst moeten we vaststellen dat het gaat om een theocentrische mystiek. Een eenvoudige definitie hiervan zou kunnen zijn: het ervaren van de tegenwoordigheid van God, die alles en alle overstijgt. Een mysticus is dan iemand voor wie de uiteindelijke werkelijkheid 5God) niet alleen een geloofsgegeven is maar een evidente aanwezigheid.
Het gaat om een visie die ontstaat door een persoonlijke ontmoeting met de Heer in de Heilige Schrift, waardoor inzicht in de Bijbel geschonken wordt. Origenes zag het als zijn levensopdracht dat mystieke inzicht in de Bijbelverhalen weer te geven. Onderzoekers van zijn werken werden dan ook gegrepen door deze inzichten. Uit zijn werken blijkt een vurig verlangen om hoe dan ook God te mogen aanschouwen. Het is inderdaad zeer de moeite waard Origenes te volgen in zijn denken. Dat zullen we op de volgende bladzijden dan ook doen.

Geloof en gnosis

Origenes maakt al meteen een belangrijk onderscheid tussen wat we kunnen noemen: geloof en gnosis. Maar laten we de man zelf aan het woord:

Voor mij bestaan er twee categorieën (gelovigen) onder de mensen, die gedreven door het geloof voortsnellen en zich haasten op de weg naar het heil. De eerste categorie, gedreven door de vurige begeerte om de hemelse beloften deelachtig te worden, leggen er zich met de hoogst mogelijke ijver op toe te verhinderen dat ook het geringste deeltje van de gelukzaligheid hun zou ontsnappen; zij verlangen er niet alleen naar de zegen te ontvangen en te delen in de erfenis van de heiligen, maar zij verlangen er ook naar in Gods tegenwoordigheid te zijn er altijd te verblijven bij de Heer.
De tweede categorie zoekt ook het heil, maar zij zijn niet zo bezield door de liefde voor de zegeningen of het verlangen naar de (vervulling van de) beloften als wel door het vooruitzicht dat zij uitdrukken in de volgende woorden: voor mij is het voldoende te weten dat ik niet naar de hel ga en niet in het eeuwige vuur gezonden word en niet buitengeworpen word in de duisternis.

We doen er goed aan dit alles duidelijk, precies voor ogen te stellen. Er zijn dus voor Origenes twee kennisgronden: het geloof (of geloofskennis) en de gnosis. Een korte beschouwing.

1. Het geloof (pistis).
Het is het kennen – of geloven – naar de letter, vleselijk. Dit is het niveau van de uitwendige dingen; de mirakelen ook. Het is een slechts op de hoogte zijn van de geloofswaarheden, een elementaire kennis van de dogma’s. Origenes verwijst hier naar de synoptici. Het wordt het geloof genoemd van de idiotès, de niet ingewijde.

2. De gnosis (gnosis).
Dit is het geestelijk kennen, boven de letter uit. Het gaat hier om de verdieping via contemplatie en beoefening van anagogische exegese. (ana = naar boven, agei = leiden). Hier wordt verwezen naar het evangelie van Johannes. Het is het geloof van de pneumatikos en de teleios, de geestelijk volwassene.

Van geloof naar gnosis

Het is de bedoeling van geloof tot gnosis te komen. Maar hoe? Langs welke weg? Geeft de Schrift daar ook een weg voor? Origenes beweert van wel. Hij bewijst het ook, maar neemt als axioma de letterlijke inspiratie van de Bijbel. Hij vangt aldus aan:

Daarom moeten wij vooreerst zien wat Eéngeboren zoon Gods betekent. Die wordt met vele en verschillende namen aangeduid, al naar gelang van de zaken of meningen dergenen die hem met namen noemen. WIJSHEID namelijk wordt hij genoemd. Er is geen andere Eerstgeborene van nature behalve de Wijsheid.

Beginnend met de Wijsheid, stelt Origenes een lijst samen van de namen van Jezus. Zo zijn er nog: het Woord, het Leven, het Licht, de Waarheid, de Weg, de Opstanding, de Deur, de Kracht. Deze namen duiden op verschillende aspecten van de persoon van Jezus.

Maar, het opmerkelijk is dat elke gelovige jezus kent in één of in meerdere van deze aspecten. Hoe ken je Jezus? Als de Deur? Of als de Wijsheid? Het is naar de mate waarin je geestelijk groeit naar volkomenheid, dat je Jezus in steeds meer aspecten leert kennen, aspecten van een steeds hoger wordend niveau. Zo is Jezus goddelijk, maar je vangt aan Hem te kennen als ‘de mens’.

De wijze waarop je tot Jezus nadert heeft daar alles mee te maken. Dat zie je trouwens duidelijk in de Schrift. In de Schrift worden namelijk verschillende aanduidingen gebruikt bij het beschrijven van hoe mensen tot Jezus naderen. Zo heb je bijvoorbeeld:

– Dezen die Jezus naderen om hem te verzoeken.
– Dezen die Jezus naderen om naar hem te luisteren.
– Dezen die Jezus naderen om Hem te volgen in zijn huis, na het luisteren buiten.
– Dezen die zich “aan de borst van Jezus werpen.”

Bij elke onderscheiden wijze van naderen, hoort een aparte reactie van Jezus. Zo krijgen we bij de vorige punten:
– Jezus openbaart zich niet.
– Jezus vertelt over het Koninkrijk.
– Jezus openbaart de geheimenissen van het Koninkrijk.
– Jezus openbaart de hoogste mysteries van de goddelijke kennis.

Inderdaad, het is niet toevallig dat de evangelist Johannes ook het boek Openbaring schreef (volgens Origenes). Dit zijn enkele losse voorbeelden. Origenes heeft echter een volledig gedetailleerd systeem in de Schrift ontdekt (of gelegd?) en dat systematisch uitgewerkt, waarin alle mogelijke varianten, alle mogelijke nuances in de relatie van de mens met Christus, schematisch worden voorgesteld. Het is natuurlijk ondoenlijk dit hier in extenso weer te geven. Daarom de hoofdindeling:

1. Het zoeken naar Jezus.
2. Het naderen tot Jezus;
3. Het ontvangen van Jezus.
4. Het volgen van Jezus.
5. Het aanraken van Jezus.

Elk van deze hoofdpunten is weer onderverdeeld. Bij wijze van voorbeeld: punt 5, aanraken:

– Zijn kleed aanraken.
– Zijn voeten wassen met je tranen en afdrogen met je haren.
– Zij hoofd zalven met mirre.
– Jouw hoofd tegen zijn borst vleien.

Opnieuw: aan elke trap beantwoordt een progressieve openbaring van Christus. De laatste geeft toegang tot Zijn diepe waarheid, zijn mysterie, zijn goddelijkheid Evenredig met je kennen van Jezus, met je kennen van een bepaald aspect van Jezus, neem je ook geestelijk voedsel, onderwijs, dat krachtiger is naarmate je hoger komt. Maar ook strijd. De strijd blijft voor Origenes de voorwaarde zelf voor het geestelijke leven. Je kan nog altijd falen, de tegenstander laten overwinnen, hoe hoog je ook gekomen bent.

Origenes toont ons aldus een symbolisch systeem in de religieuze houding van de mens tegenover Jezus. Het gaat dus niet alleen om een historisch gebeuren dat werd opgeschreven. In het evangelie moet je voorbijgaan aan de louter historiciteit en naar het mystieke zoeken. Want de boodschap is bestemd voor onze ziel. Dààr kan ze vervuld worden. Christus moet in je wonen, anders heeft het allemaal geen zin.

Origenes toont ook aan dat elke handeling die de mens, gelovig of niet, aanneemt tegenover Christus, reeds in de geschiedenis door Christus werd beleefd. Maar er is meer. Als wij inderdaad streven naar, en komen tot de gnosis, betekent dat een eenwording met Christus. Christus woont in de christenen, Christus woont in de Kerk. Elke handeling van een mens tegenover die christenen of tegenover die Kerk, komt zo in een eeuwig licht te staan. Handelingen of houdingen van mensen zijn dan niet meer zonder betekenis. Ze krijgen hun betekenis in Christus.

Het is evident dat deze dingen tot een grote hoeveelheid geschriften kunnen uitgewerkt worden. Dat bewees Origenes, maar dat is niet onze bedoeling. Wij menen met wat tot hiertoe werd gebracht, een tamelijk nauwkeurig totaalbeeld gegeven te hebben voor wat betreft de mystiek van Origenes. Er rest ons wellicht nog één belangrijke zaak even op te diepen: heeft Origenes geschreven over mystiek, over het kennen van God? Alleen het fenomeen bestudeerd? Of was er meer? Was Origenes zelf een mysticus?

Origenes de mysticus

Men kan Origenes systematisch vinden, of formeel, hem verwijten alles op puur intellectuele wijze uit te werken, onafhankelijk van een persoonlijk geestelijk beleven. Zo dit verwijt al mocht geuit worden, is het door iemand die slechts de oppervlakte aanschouwd heef van Origenes’ denkwereld. Zal een geestelijke ervaring van enige diepgang, beleefd door een man die ook deze ervaringen met de Schrift in de hand kan doorvorsen, indien neergeschreven, er niet intellectualistisch of geschematiseerd uit zien? Allicht kan zo een uitwerking niet helemaal beantwoorden aan een intieme ervaring. Toch betekent een intellectueel verslag van geestelijke zaken niet dat de zaken zelf niet dieper werden aangevoeld da op het niveau van het intellect. Dat dit zo is kan trouwens worden aangetoond als we bepaald e passages lezen in het werk van Origenes. IN zijn commentaar op Matteüs schrijft hij:

En dus ook wij, als wij niet naar jezus willen luisteren zoals de scharen het deden die hij wegzond, laten wij komen tot in het huis, om er een gift te ontvangen die ons onderscheidt van de scharen; laten we bekenden worden van het huis van Jezus, opdat, zoals zijn discipelen, toen zij kwamen in het huis, wij ook kunnen naderen, en genaderd zijnde, Hem uitleg te vragen over de gelijkenis van de […] en van alle andere (gelijkenissen).

Of nog:

Als dan inderdaad Christus in Paulus leeft, maar niet in mij, welk voordeel haal ik daar dan uit? Maar als Hij gekomen zal zijn en als ik me in Hem verblijd zal hebben, zoals Paulus er zich in verblijd heeft, dan zal ook ik kunnen zeggen: Het is niet meer Ik die leef, maar het is Christus die in mij leeft.

Hoewel Origenes op een wetenschappelijke wijze vorste naar de betekenis van de teksten van de Schrift, heeft hij bovenal God gebeden om de verborgen betekenis van de teksten te mogen begrijpen. Als hij die niet ziet, vraagt hij zijn toehoorders voor hem te bidden, soms zomaar midden in een prediking. Dit komt bijvoorbeeld voor in zijn prediking over Hooglied. Het gebed neemt in dit alles natuurlijk een centrale plaats in. Origenes heeft ook over het gebed zijn gedachten neergeschreven. In zijn werk ‘Over het gebed’ pluist hij het hele Onze Vader uit. Ook geeft hij praktische wenken voor het bidden, en legt hij uit hoe het met het hart gesteld dient te zijn vooraleer je aan het gebed te wagen.

Dat Origenes in zijn uitdrukkingen van zijn gevoelens sober blijft, strekt hem alleen tot voordeel. Toch weet hij zijn gevoelens niet steeds te verbergen: telkens zie je uitdrukkingen voorkomen die als volgt luiden: “mijn Heer, mijn Redder, mijn Christus”, en vooral: “mijn Jezus.” Voor zover ons bekend waren dergelijke uitdrukkingen voorheen niet voorgekomen in schriftelijke beschouwingen over het geloof.

Maar een wellicht nog groter bewijs van het feit dat Origenes niet louter de man is van de droge bijbelvorsing, maar dat zijn studie van het Woord hem brengt tot zelfverloochening voor het ‘Levende Woord’, is zijn verlangen naar het martelaarschap. In 235 (aanvang regering van Maximus Thrax, christenvervolger) stelde hij een brief op over het martelaarschap: ‘Aanmoediging tot het martelaarschap’. Deze getuigt van zijn hevig verlangen om voor de Christus te lijden. De grote Origenes specialist De Faye zegt van dit werk:

D’un bout à l’aute de ce petit traité le ton est chaleureux et élevé. Origène s’y livre tout entier. Ce sont ses sentiments les plus profonds qu’il exprime. Aussi est-ce un des rares écrits qui nous révèlent l’homme lui-même. […] Le talent de l’écrivain n’y est pour rien. Origène en est entièrement dépourvu.

Maar, omdat het een van de weinige boeken is waarin we de mens, de gepassioneerde mens Origenes mogen aanschouwen, is het van groot belang. Origenes’ dood was ook te wijten aan gevangenschap en folteringen. Zijn werk was zijn leven, zijn leven was zijn werk.

Besluit

Origenes is ongetwijfeld een groot theoloog geweest, verlangend om de kerk te dienen, en door haar gewantrouwd. Een leven waarin opvalt het heimwee naar God, de hartstocht de Heer van de Schrift te ontmoeten. De exegese van Origenes was daaraan ook ondergeschikt. Het was een exegese van het verinnerlijken van de Heilige Schrift. Je kan met recht zeggen dat Origenes Jezus heeft geïnternaliseerd.
Is Origenes vandaag belangrijk? Het is duidelijk dat er in deze tijd opnieuw belangstelling is voor mystiek. Denk maar aan bijvoorbeeld charismatische bewegingen. In onze gevoelsarme, zakelijke maatschappij bestaat de behoefte de gegevens van het evangelie niet alleen te weten, maar ze ook te ervaren.

Door Origenes kunnen we er niet onderuit dat de Schrift zelf ook spreekt over de ‘geest’ die de letter levend moet maken. Origenes deelt ons mee dat we onrecht doen aan het evangelie als we het aspect van ‘beleving’ er uit laten.

Origenes’ levenswijze op de voet volgen, is niet aan te raden. Tijden zijn anders, situaties zijn niet meer dezelfde. Maar daar waar Origenes op wijst, op de vandaag levende Jezus, dààr onze aandacht op te richten, is zeer aanbevelenswaardig. En ten slotte, was het Origenes ook daar om te doen.

Share This