Messalina, de keizerlijke hoer

23 juni 2024

Geen enkele echtgenote van een Romeinse keizer had formeel enige politieke macht. Maar volgens sommige klassieke schrijvers waren er wel enkele van die echtgenotes die listig en behendig als zij waren, toch politieke macht naar zich toetrokken. Die schrijvers waren daarover diep verontwaardigd. Deze vrouwen, zo vertellen zij ons, verwierven hun macht namelijk door moord, overspel en ontucht. Augustus’ dochter Julia had seks met mannen op de rostra, het spreekgestoelte in het forum, het politieke centrum van Rome; Messalina, vrouw van keizer Claudius, hoereerde met half Rome; Faustina, vrouw van Marcus Aurelius volgde in haar voetspoor, er waren er nog. Hoeveel van deze verhalen waar zijn, of in welke mate, is moeilijk na te gaan. Het is best mogelijk dat sommige van deze hooggeplaatste vrouwen de hun opgelegde seksuele beperkingen verwierpen. Maar overspel door de vrouw van de keizer vormde een bedreiging voor die keizer. Toen Claudius, een beetje bangig aangelegd, hoorde dat Messalina achter zijn rug met een ander een huwelijk was aangegaan, was hij “zozeer door schrik bevangen dat hij herhaaldelijk vroeg ‘of hijzelf nog steeds keizer was.”[1]

Valeria Messalina (ca. 20-48 n.Chr.) had een enorme seksuele appetijt. Zij was gehuwd met Claudius, enkele jaren voordat hij als keizer van het Romeinse Rijk de onpopulaire Caligula zou opvolgen. Wij weten niet of zij gelukkig getrouwd waren, zeker is wel dat Claudius gek op haar was, maar dat Messalina op seksueel vlak lang niet genoeg had aan haar ene echtgenoot.

De Romeinse biograaf Suetonius (70-140) schreef in zijn ‘Leven van Romeinse keizers’ over keizer Claudius hoe hij Messalina als zijn derde opeenvolgende vrouw trouwde, doch “Toen hem ter ore was gekomen dat zij, nog afgezien van haar andere stuitende misdragingen, een huwelijk had gesloten met Gaius Silius, waarbij de bruidsschat in aanwezigheid van de priesters formeel was vastgelegd, liet hij haar ter dood brengen.” Claudius vreesde dat zijn vrouw door met Silius te huwen deze aan de macht wilde brengen: “Ook aan zijn vurige liefde voor Messalina maakte hij niet zozeer een einde uit verontwaardiging over de krenkingen die zij hem aandeed, als wel uit angst voor gevaar, omdat hij was gaan geloven dat zij haar minnaar Silius aan de macht wilde brengen.” Wijs geworden nam hij zich voor niet meer te trouwen, wat hem niet belette al vlug met Agrippina te huwen.[2] Over de “andere stuitende misdragingen” en de “krenkingen” vertelt Suetonius verder niets. Plinius de Oudere (23-79) weet ons daarover nader in te lichten, en geeft een sterk staaltje van haar kunnen: “Messalina, de vrouw van keizer Claudius, koos de beruchtste hoer die haar gunsten te koop aanbood om hierin een wedstrijd te houden en versloeg haar door het in een dag en een nacht vijfentwintig keer klaar te spelen.”[3] Wat een hele prestatie mag genoemd worden. Uitgebreider meldt ons de Romeinse satiredichter Juvenalis (60-ca.140) in zijn 6e satire over Messalina:

En wat heeft Claudius niet meegemaakt? Wanneer zijn keizerin hem slapend wist, ruilde ze haar paleisbed graag voor een oud matras; een blonde pruik over het zwarte haar, in cape vermomd en met nooit meer dan één gezelschapsdame sloop Hare Majesteit als hoer de straat op naar een bedompt bordeel, waar zij haar eigen klein hokje had men een versleten sprei. De borsten goudombiesd en verder naakt verkocht zij zich onder de naam Lycisca en pronkte met har buik, waarin een prins gelegen had. Ze lonkte allerliefst naar wie haar opzocht en bedong haar loon. En als de hoerenbaas zijn meisjes zei de zaak te sluiten, kwam zij altijd spijtig het allerlaatst naar buiten, stijf en brandend in ’t onderlijf en wel vermoeid door mannen, maar niet verzadigd nog. […]

Juvenalis noemt ook haar moordlust, hij heeft het over “het gif dat voor een stiefzoon werd gekookt, want de gevolgen van machtswellust bij ’t vrouwelijke geslacht zijn erger nog dan haar geilheid ‘s nachts.”[4]

De Romeinse historicus Tacitus (56-117) doet uitgebreid verslag over Messalina’s avontuur met Silius. Hij schrijft:

Want voor C. Silius, de schoonste jongeling in Rome, was zij dermate in liefde ontvlamd, dat zij diens huwelijk met de edelvrouwe Iunia Silana stukmaakte om zodoende haar minnaar, nu hij vrij man was geworden, te kunnen inpalmen.[5]

Silius was zich wel bewust van de machinaties van Messalina, maar wat vermocht hij tegen een zo machtige vrouw? En misschien bood een en ander ook voor hem onverwachte mogelijkheden? Tot hij haar dwong openlijk voor haar plannen uit te komen:

Blasé van haar herhaald overspel, waarvan het geringe risico haar verveelde, liet Messalina zich verder maar drijven op een stroom van ongekende lusten, toen ook Silius, hetzij uit noodlottige waanzin dan wel omdat hij in werkelijke gevaren een redmiddel zag tegen de dreigende, haar preste het masker af te werpen.[6]

Op een wild feest waar Messalina met andere vrouwen als bacchanten in razernij rondhosten, waarbij zij zelf de thyrusstaf zwaaide, met naast haar Silius omwonden met klimop, brachten boden het ontstellende nieuws dat Claudius van alles op de hoogte was en in aantocht was. Dat werd het einde van Messalina: “afgelopen was haar leven en niets restte haar meer dan een eervolle dood te zoeken. […] Toen, voor het eerst, werd Messalina het zich bewust hoe het met haar stond; en zij nam de dolk aan die zij in een machteloos gebaar met bevende hand nu eens op haar keel, dan weer op haar boezem zette, totdat zij door een stoot van het zwaard van de tribuun werd doorboord.”[7]

De Romeinse historicus Dio Cassius (165-235) schreef zijn ‘Romeinse geschiedenis’ in het begin van de 3e eeuw, dus flink later dan de daarin beschreven gebeurtenissen. Hij is doorgaans niet erg accuraat in zijn verslag van de geschiedenis, hij wil vooral spannende literatuur schrijven voor een publiek dat de grote lijnen van die geschiedenis al kent. En in zijn beschrijving van beroemde vrouwen worden hun karakters erg bepaald door genderstereotypen.

Dio schildert Messalina als moordenares. Niet dat zij er zelf haar handen aan vuil maakte, maar door valse beschuldigingen te uiten en een enkele keer door vergiftiging slaagde zij erin heel wat tegenstanders te laten vermoorden. Zij liet politieke tegenstanders bespieden, hen martelen en tenslotte executeren. Op seksueel vlak deed zij het met heel wat mannen en pleegde zo voortdurend overspel ten opzichte van Claudius. Zij dwong zelfs de acteur Mnester om haar tegen zijn zin seksueel ter wille te zijn.[8] Zij deed nog heel wat meer, ik laat Dio Cassius zelf aan het woord:

Intussen toonde Messalina niet alleen haar eigen losbandigheid, maar dwong ook de andere vrouwen zich even onkuis te gedragen. Ze liet velen van hen overspel plegen in het paleis zelf, terwijl hun mannen aanwezig waren en toekeken. Zulke mannen beminde en koesterde zij en beloonde hen met eerbewijzen en ambten; maar anderen, die hun vrouwen niet voor zulke zaken wilden opofferen, haatte zij en bracht zij op alle mogelijke manieren ten verderve. Deze daden echter, hoewel van een dergelijke aard en zo openlijk uitgevoerd, ontsnapten lange tijd aan de aandacht van Claudius; want Messalina zorgde voor hem door hem verschillende dienstmeisjes te geven om mee te liggen, en zorgde voor degenen die hem enige informatie konden geven door hen ofwel gunsten te verlenen ofwel hen te straffen.[9]

Messalina, alsof het nog niet genoeg voor haar was om de overspelige vrouw en de hoer te spelen, – want naast haar schaamteloze gedrag in het algemeen zat ze soms zelf als prostituee in het paleis en dwong de andere vrouwen van de hoogste stand hetzelfde te doen, – vatte nu het verlangen op om veel echtgenoten te hebben, dat wil zeggen mannen die werkelijk die titel dragen.[10]

Maar nogmaals, wij weten niet in hoeverre al deze wilde verhalen een historische werkelijkheid reflecteren. Messalina zal vast een vrouw zijn geweest met veel macht en met losse zeden. Doch al die mannelijke auteurs die haar liederlijkheid beschrijven overdrijven vast, bij Dio Cassius kunnen we daar wel zeker van zijn. Hij is bijvoorbeeld de enige die vertelt dat Messalina het keizerlijk paleis om tot een bordeel omvormde.  Door haar zo af te schilderen uit hij zijn kritiek op keizer Claudius. Dat soort toestanden krijg je namelijk als je je eigen vrouw niet onder je gezag houdt. “Maar de mensen ergerden zich eraan dat hij de slaaf van zijn vrouw en de vrijgelatenen was.”[11] En Tacitus bevestigt dat mannen uit de omgeving van de keizer “[…] bedachten hoe stompzinnig Claudius was, hoezeer hij bij zijn gemalin aan de leiband liep en hoevele terechtstellingen reeds op bevel van Messalina waren volvoerd.”[12] Door Messalina op te voeren als losbandige hoer bekritiseren deze auteurs de keizer, die zijn huishouden niet op orde had, hoe wilde men dat hij gezag uitoefende over een wereldrijk? En natuurlijk werd zo ook kritiek geuit op het ongepaste en liederlijke gedrag van vrouwen die zich niet gewillig voegden onder het gezag van hun man.

[1] Tacitus, Annalen, 11:31. J.W. Meijer, Tacitus: Jaarboeken, Baarn 1990. M. Beard, Emperor of Rome, London 2023, 204-205.

[2] Suetonius, Claudius, 26, 36. D. den Hengst, Suetonius: Keizers van Rome, Amsterdam 2003, 296.

[3] Plinius de Oudere, Naturalis Historia, 10: 172.

[4] Juvenalis, Satiren 6:114-135. M. d’hane-Scheltema, Weg met de stad! Weg met het huwelijk! Satiren III en VI van Juvenalis, ’s-Gravenhage, 1981, 30.

[5] Tacitus, Annalen, 11:12. J.W. Meijer, Tacitus: Jaarboeken, Baarn 1990. Ook: Annalen, 11:26-38. Dio Cassius over deze zaak: Romeinse geschiedenis, 60:31:3-5.

[6] Tacitus, Annalen, 11:26.

[7] Tacitus, Annalen, 11:37-38.

[8] Dio Cassius, Romeinse geschiedenis, 60:22:3-5.

[9] Dio Cassius, Romeinse geschiedenis, 60: 18:1-3.

[10] Dio Cassius, Romeinse geschiedenis, 60:31:1.

[11] Dio Cassius, Romeinse geschiedenis, 60:28:2.

[12] Tacitus, Annalen, 11:28.

Share This